Begrippenlijst

De termen die je tegenkomt als je portofoons gaat huren, in gewoon Nederlands. Alfabetisch.

Offerte aanvragen

Accessoire — Wat je op de portofoon aansluit om hem bruikbaar te maken: een oortje, een spreeksleutel of een headset. Zie welk accessoire je kiest.

Airband — De luchtvaartradioband voor contact met de verkeersleiding. Een portofoon is daar nooit een vervanging van.

ATEX — Certificering voor apparatuur in explosiegevaarlijke omgevingen. Onze toestellen hebben die niet.

C2000 — Het Nederlandse TETRA-netwerk van politie, brandweer en ambulance. Wij koppelen daar niet aan.

Dispatchconsole — Het scherm op een laptop waarmee een coördinator alle groepen hoort, iedereen tegelijk kan toespreken en de posities ziet. Zie dispatchconsole.

DMR — Digital Mobile Radio, de digitale standaard voor professionele portofoons over eigen frequenties. Zie wat is DMR.

Duplex — Praten en horen tegelijk, zoals bij een telefoon. Een portofoon is simplex: één persoon tegelijk.

Gateway — Een kastje dat twee systemen aan elkaar knoopt, bijvoorbeeld onze 4G-portofoons aan jouw bestaande DMR- of TETRA-kanaal.

GPS — De positiebepaling in het toestel, waarmee je op een kaart ziet waar een portofoon is. Zie GPS en de AVG.

IP-waarde — Twee cijfers die zeggen hoe goed een toestel tegen stof en water kan, bijvoorbeeld IP67. Zie hoe waterdicht is een portofoon.

Kanaal — Bij een gewone portofoon de frequentie waar je op praat. Bij ons heet dat een spreekgroep, en die staat er al in.

Latency — De vertraging tussen indrukken en gehoord worden. Zie vertraging bij 4G-portofoons.

LTE — Long Term Evolution, de techniek achter 4G. Een LTE-portofoon en een 4G-portofoon zijn hetzelfde.

Luchtslang — Het doorzichtige slangetje van een discreet oortje. Het geluid gaat door de lucht, dus er lekt niets naar buiten.

Marifoon — De radio voor scheepvaartverkeer op VHF. Een portofoon vervangt die nooit.

Mini-XLR — De 5-pins stekker waar onze accessoirekabel op eindigt. Daardoor kun je je eigen headset aansluiten.

PMR446 — De vergunningsvrije band waar goedkope portofoons en walkietalkies op werken, met een wettelijk maximum van een halve watt. Zie wat is PMR446.

PoC — Push-to-talk over Cellular: een portofoon die praat via het mobiele netwerk. Zie wat is PoC.

Portofoon — Een draagbare radio met een spreekknop. Het Nederlandse woord voor wat in het Engels een two-way radio heet.

PTT — Push-to-talk, de spreekknop. De knop die een portofoon een portofoon maakt.

RDI — Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, de Nederlandse toezichthouder die frequenties toewijst. Voorheen Agentschap Telecom.

Repeater — Een steunzender op een hoog punt die het bereik van een radiosysteem vergroot. Bij portofoons over het mobiele netwerk niet nodig.

Roaming — Het gebruik van een netwerk van een andere provider, meestal in het buitenland. Binnen de EU zit dat bij ons in de huurprijs.

Simplex — Één persoon tegelijk, de ander luistert. Zo werkt een portofoon.

Spreekgroep — De verzameling mensen die je hoort als je indrukt. In het Engels een talkgroup. Zie wat is een spreekgroep.

Spreeksleutel — De microfoon met luidspreker die je op je schouder klemt. In het Engels een remote speaker microphone of RSM.

TETRA — Terrestrial Trunked Radio, het radiosysteem voor communicatie die niet mag falen. Zie wat is TETRA.

Trunking — Het systeem verdeelt zelf de beschikbare kanalen over de gesprekken, in plaats van dat iedereen een vast kanaal heeft.

Walkietalkie — Spreektaal voor een eenvoudige portofoon, meestal op PMR446. Zie walkietalkie of portofoon.

Verder lezen

Vertel ons waar en wanneer.

Een paar korte vragen. Je hoort binnen 24 uur van ons met een voorstel.